Den Kemschen Heij-kreekel

Vanaf 1989 heeft Boris Rousseeuw van De Carbolineum Pers ruim 160 uitgaven verzorgd. Naast poëzie en proza bestaat zijn fonds ook uit boekhistorische verhandelingen en facsimile-uitgaven. Deze uitgaven zijn vaak van aanzienlijke omvang en verdienen alleen al voor het initiatief en de getrooste moeite alle lof. Dat geldt zeker ook voor deze Kemschen Hei-Kreekel, een totaal onbekend Antwerps liedboek, dat in 2006 op een Brusselse boekenveiling opdook. De Carbolineum Pers maakte een integrale herdruk, met nawoord en woordverklaring in 232 bladzijden hoogdruk met houtsneden in drie drukgangen, geheel gebonden in perkament en in een aparte cassette. Voor de tekst werd terecht gekozen voor de Franciscan van Goudy, die goed past bij de veertien driekleurenhoutsneden van Isabelle Vandenabeele. Deze eigentijdse illustraties sluiten uitstekend aan bij het karakter van de tekst. De enige kritiek betreft de (te strakke) band en de cassette. Waarom toch die knullige fotokopie als stofomslag en dito cassette. Mag het niet te mooi worden?

verschijnen Steinway & Sons verdwijnen

Dit boekje is een kleine ode aan een piano. Het gaat over de treurige teloorgang van een Steinway. Het moet een mooi instrument geweest zijn. Nu rest alleen deze uitgave in 27 exemplaren, waarvan in 13 exemplaren een letter van het gesloopte Steinway & Sons-logo bij het colofon geplakt is. De ondertitel, een notitie, geeft precies aan wat te verwachten is van dit kleine met zorg gemaakte boekje. De afbeelding, in linodruk, toont een man in berustende houding naast zijn piano. De eindigheid van de piano wordt door dit uitgaafje benadrukt door de laatste letter van het Steinway & Sons-logo. In het juryexemplaar is dat geen letter maar de ampersand.

Veegtekens

Acht drukkers besluiten na een vergadering een boekje te maken. Ieder een pagina geheel naar eigen inzicht te bedrukken, alleen het formaat staat vast. Een vierkant boekje van 20 bij 20 cm en Japans gebonden is het resultaat. Voor elke pagina is een ander lettertype gebruikt, ander papier en geheel verschillende illustraties. Het drukkersplezier komt op elke bladzijde tot uitdrukking in alle verschillende grapjes en vondsten. Een mooi marginaal product.

De tuin van Joke en Karel

‘Toen was geluk nog heel gewoon’, is de gedachte die bij je opkomt bij het openslaan van deze publicatie. Maar ‘toen’ is nu en de tuin is van Joke en Karel, en we lezen in de inleiding dat die zelfs af en toe openstaat ter bezichtiging. Het blijkt een nieuw deel te zijn in de reeks Tijdverdrijvers, dat zich weet te onderscheiden door verzorgde eenvoud. De titelpagina is prachtig zwart en subtiel groen, waarmee de kleur van het losse omslag wordt herhaald in het binnenwerk. Ontroerend is de linoleumsnede als frontispice waarin we Joke en Karel aantreffen in de tuin. Verderop staan twee korte toepasselijke teksten, één gekozen door Joke en een tweede die ingebracht werd door Karel. Inhoud en vorm zijn één op één in deze nederig stemmende uitgave. Overal ademt dezelfde eenvoud en verfijning, die uit doet zien naar de volgende uitgave in de reeks.

Indische buurt

Een ode aan de Indische buurt in Amsterdam, waarbij de maker van deze 23 houtsneden zich liet inspireren door de Amsterdamse beeldbank. De tekst links archiveert de opvallende elementen in deze straten in Amsterdam-Oost, de houtsneden op de rechterpagina getuigen daarvan in beeld. In de Javastraat bijvoorbeeld vinden we 14 groenteboeren en een Yildiz Market en in de Benkoelenstraat staan 3 Berlageblokken en een Vuilboom. Op het omslag zijn een aantal beelden aan elkaar gelast. Geen tekst, alleen afbeeldingen in zwart wit. Met een extra flap vouwt de buurt zich als het ware om het boek heen. Het stevige formaat is goed gekozen voor de stevige houtsnijwerken. Subtiel is het gebruik van een ondersteunende kleur in de houtsneden. Daar waar het nodig is, geeft het diepte en de meeste illustraties worden er levendiger van. Geraffineerd goed gekozen is de cursieve Gill voor de beknopte teksten en ook de verticale plaatsing ervan is geen willekeurige. De vorm van de teksten versterkt de inhoud van de beelden. Heel knap gedaan.

Uil

De ingrediënten van dit drukwerk zijn een dromerig gedicht en een frêle illustratie. Het is gewikkeld in een drieluik van handgeschept Middelste Molen dat zich op zijn beurt wentelt om een vierluik van Zerkall Bütten. Het gedicht – de uil, maar wat is er in de naam? – en de illustratie sluiten nauw bij elkaar aan en doen denken aan herinneringen en aan dromen. Het geheel is grafisch en typografisch mooi vormgegeven en met klasse gedrukt in vinyl- en boekdruk. Een uitgave om bij weg te dromen. Dichterlijk mooi.

Onbeduidende Polka

Het minste wat je kan stellen is dat deze uitgave van het gedicht Onbeduidende Polka van Paul van Ostaijen een boeiend product is. Het is een amalgaam van papier, tekst, formaat, kleur, vorm. Niets is echter wat het lijkt. Het duurt dan ook even voor je een en ander begrepen hebt. Wie Van Ostaijens gedichten en grafische realisaties kent of gezien heeft, herkent de stijl, nu in een modern jasje gegoten. Dit is een geslaagde hedendaagse emanatie van een gedicht van Paul van Ostaijen.

A Remembrance Day

Deze uitgave bevat een gedicht gezet in twee talen, Schots en Engels. Gedrukt op oranje Hahnemühle papier en ingenaaid in grijs bordkarton. Het grijsbord steekt aan de achterkant 1 cm over, daar is uit een 6 cicero biljetletter de titel gezet. Het uitgaafje van 27 bij 12 cm staand formaat is knap gedrukt op een kleine tafeldegel. Op deze degel zijn jarenlang wijnetiketten gedrukt, nu in het tweede gebruik poëzie en proza. Een goed voorbeeld hoe een gedicht voornaam uitgegeven kan worden.

Toen

Een gelegenheidsuitgave bij de dertigste verjaardag van de Atalanta Pers. Een keurige uitgave waarin 10 gedichten van Frans Budé over een dito aantal groten der aarde zijn gebundeld en geïllustreerd. De illustratie is vrij abstract en kleurrijk en legt voor de lezer niet direct de relatie met de inhoud. Ze is echter speels. De typografie is eenvoudig en duidelijk leesbaar, al mocht het corps iets kleiner. Het geheel komt fris en zuiver over.

Nijhoff-variaties

Op zondag 17 mei 2009 debuteerde het Utrechts Dichtersgilde in het Utrechts Universiteitsmuseum. Stadsdichter Ingmar Heytze had zichzelf en zijn collega-dichters Alexis de Roode, Chrétien Breukers, Ruben van Gogh en Ellen Deckwitz uitgedaagd een gedicht van Martinus Nijhoff ‘onherstelbaar te verbeteren’. Dit resulteerde in vijf Nijhoff-variaties die door Antiquariaat Hinderickx & Winderickx in een oplage van 111 exemplaren werden gedrukt en uitgegeven. Een gelegenheidsuitgave met aandacht voor details. Het bundeltje is eenvoudig gebonden met een cahiersteek, waarbij het papier voor het omslag met smaak is gekozen. Het rood van dat omslag keert terug in de typografie, met name in de titels van de gedichten. Origineel is de wijze waarop de vijf variaties worden geïntroduceerd. Het openingsgedicht, Impasse van Nijhoff zelf, werd gedrukt op Taizan, een doorschijnend Japans papier. Onder de tekst schemert in zwart en rood de naam van de dichter.