Een gelukkig nieuwjaar 2013!

Iedere keer begint het juryrapport over de nieuwjaarswensen van Karel Treebus met dezelfde opmerking: dat het niet anders kan dan dat op 2 januari al begonnen wordt met de nieuwjaarswens voor het volgende jaar. Dit juryrapport, voor de dertigste uitgave in de reeks Nieuwjaarswensen, maakt daarop geen uitzondering. Het is onvoorstelbaar wat er uit de kast is gehaald om een kleurrijke, vrolijke wens te produceren. Werd er in het juryrapport over de wens voor 2005 van zeventien drukgangen melding gemaakt, op de wens van 2013 is te lezen dat door drukkleuren een beetje slim te combineren het aantal drukgangen tot drieëntwintig [!] kon worden beperkt. Ook veel­zeggend is de opsomming van het zetmateriaal waaruit de ‘landschapjes’ werden samengesteld: lood, koper, messing, zink, hout, kunststof, marmoleum (de voor- en de achterzijde), lettertekens, ornamentjes, blikvangers, lijn­beelden, tintplaatjes en toevallig in de zetterij aanwezige clicheetjes.
De jury kan alleen maar hopen dat Treebus op 2 januari begint aan de volgende wens, die bij de aanblik alleen al het hele jaar goedmaakt.

Eenvoudige vormen

In Eenvoudige vormen zien we veel blokken: op de opeenvolgende bladzijden van het boekje wordt een mannetje van onderaan de pagina opgebouwd uit blokvormen. De tekst is in rechte blokken gezet en dit is ver doorgevoerd: de tekst is volledig uitgelijnd en woorden worden aan het eind van de regel, op een willekeurige plek in het woord, afgebroken zonder afbreekstreepjes.
De tekst, ook over blokken en rechtlijnigheid (‘in mijn jonge jaren dacht mijn blokkendoos uitsluitend in hoeken van negentig graden’), is in een steeds kleinere vette Nobel gezet.
Verstopt onder de flappen, die niet naar binnen maar naar buiten zijn gevouwen, zijn in zwart op grijs de vormen van de ‘moderne’ blokkendoos gedrukt, nu ook met cirkels en driehoeken.
Bij het boek zitten stickers met oranje blokken waarmee je zelf een blokkenmannetje kunt samenstellen.
Kortom: een mooi verzorgd boek, met oog voor detail, waarbij inhoud en beeld elkaar goed aanvullen en versterken.

Voor de stem

Uitgeverij Huis Clos maakte dit jaar bekend geen nieuwe boeken meer te zullen maken. Deze kleine uitgever werd in 1986 opgericht als private press en bracht in totaal 69 boeken uit. Het einde komt er omdat Piet Gerards, de vormgever van alle uitgaves in het fonds, na bijna veertig jaar een punt zet achter zijn ontwerppraktijk. Zijn ontwerpen werden dikwijls bekroond — in 2017 nog bij de Best Verzorgde Boeken.
Huis Clos werkte zonder winstoogmerk en richtte zich op literatuur, beeldende kunst, vormgeving en muziek. Volgens de website moesten de uitgaves ‘noodzakelijk’ zijn. Dit boekje is een coproductie van Huis Clos, het Van Abbemuseum en Drukkerij Lecturis in Eindhoven. Je voelt echter dat Gerards zélf erg gemotiveerd was om deze facsimile te maken. Het is dan ook één van de meest geslaagde typografische experimenten van de Russische kunstenaar El Lissitzky: de dichtbundel Dlja golosa (Voor de stem) uit 1923.
Om de dertien gedichten, bedoeld om voor te dragen, gemakkelijk te vinden gaf El Lissitzky het boek een registersysteem met tabs. De oplage was beperkt en wat ervan rest zit in musea. Het geeft dan ook veel plezier om dit invloedrijk werk zelf te kunnen doorbladeren.
De futuristische gedichten werden in Nederlandse vertaling opgenomen in een apart boekje, zodat de facsimile op zichzelf kon staan. De twee deeltjes zitten in een cassette waarvan de typografie ook erg in het oog springt. Deze publieksuitgave uit 2012, van een onvindbaar, maar noodzakelijk boek, is tot onze spijt niet meer leverbaar. De oplage van 750 stuks is al uitgeput.

Vaders en zonen

In een eerder juryrapport van Mooi Marginaal (2008/2009) wordt de aandacht voor details geprezen en valt de kwalificatie ‘smaakvol’ als het over een uitgave van Hinderickx & Winderickx gaat. Beide typeringen zijn ook van toepassing op de uitgave Vaders en zonen van L.H. Wiener. In het colofon is te lezen dat René Hesselink de tekst tijdens de druilerige zomer van 2012 met de hand heeft gezet en gedrukt in de donkere kelder van het antiqua­riaat. De tekst is consciëntieus gezet uit Jan van Krimpens Romulus die te boek staat als ‘streng’ en ‘intellectueel’. Er is spaarzaam gebruik gemaakt van de kleur donkerrood in het binnenwerk (titelblad en initiaal), een kleur die terugkomt in het gebruikte bandmateriaal voor de halfperkamenten band. Voorplat en foedraal zijn subtiel voorzien van een veertje in goud. Ditzelfde veertje komt in zwart terug op de titelpagina. Inderdaad: smaakvol!