Werkman-teksten

Toen de stichting Drukwerk in de Marge in 2015 stilstond bij het 40-jarig bestaan, hebben twee leden, Jan Keijser en Kees Thomassen, een inventarisatie gemaakt van zogenaamde ‘drukprojecten’, waar verschillende drukkers een bijdrage aan leveren. Dergelijke ondernemingen halen doorgaans het beste in de margedrukkers naar boven.
Werkman Teksten is een van die drukprojecten. Het verscheen op 10 april 2015 ter gelegenheid van de herdenking van de dood van Hendrik Werkman 70 jaar eerder, een initiatief van het Grafisch Centrum Groningen en de Typografentafel. Vijftig margedrukkers kregen de opdracht een katern van vier pagina’s te ontwerpen en te drukken waarvoor een tekst van Werkman, compleet of als fragment, het uitgangspunt moest zijn.
Het sobere en strakke vierkante boekblok van 25 bij 25 centimeter herbergt een schat aan drukkersvreugd. De deelnemers drukken de sterren van de hemel, alle 50 goed en allemaal verschillend in techniek, smaak en interpretatie. Vormgeefster Hanneke Briër koos voor het voor- en achterwerk de letter DF-Staple van Ko Sliggers, waarmee de uitgave naar het hier en nu wordt getrokken. De gekartonneerde band werd verzorgd door binderij Erends. De jury kijkt uit naar het volgende druk­project.

De verte voorbij

Hoe maak je iets in zoveel verschillende papiersoorten en druktechnieken en laat je het toch in een harmonieus geheel samenkomen? Gewoon 10 losse deeltjes maken. Nou gewoon? Nee, want de maker laat ieder deeltje zijn eigen verhaal vertellen, waarbij de verfijnde fotografie prachtig past bij het gekozen materiaal van het deeltje, waarbij de stijl van de deeltjes duidelijk laat zien dat de deeltjes tot één familie behoren. Alle deeltjes zijn met cahier- of singersteek gebonden en worden bijeen gehouden in een imitatie-strokartonnen doosje met een ingenieuze constructie met werkende magneetsluiting. Het doosje is beplakt met Yuta papier (Winter & Company) en is voorzien van een door warmte verlopende (hoe warmer, hoe donkerder) titel De verte voorbij die ook op de ‘rugkant’ van het doosje is toegepast. Heel mooi en modern document dat ieders aandacht zeker verdient.

De meeste dingen breken ontzettend langzaam

Deze cassette bevat negen losse bladen op groot formaat met steeds een gedicht van Kira Wuck en een tekening van Angeline Lips. De kunstenares heeft de tekeningen nadrukkelijk niet als illustratie van de (absurdistische) gedichten bedoeld maar als aanvulling daarop. De tekeningen en de gedichten staan mooi in relatie tot elkaar op de bladen. Jammer is dat het zetwerk typografisch niet erg verfijnd is. Er is bijvoorbeeld een accent aigu gebruikt waar een apostrof had moeten staan. Voor de typografie op de cassette is een ander lettertype gebruikt dan voor het titelblad en de overige bladen en ook van sfeer wijkt de cassette af van de bladen. Het schort dus wat aan de (typo)grafische vormgeving, maar de gedichten en de tekeningen vormen samen een prachtig en overtuigend geheel.

Runa Vayu

In 2015 werd het zeventigste sterfjaar van de Groningse ontwerper, schilder en drukker Hendrik Nicolaas Werkman herdacht. Onder andere door Grafiekplatform VOG, ontmoetingspunt en broedplaats voor hedendaagse grafische kunstenaars, met een tentoonstelling en een blog; het Werkmanproject. Loes Huis in ’t Veld liet zich hiervoor inspireren door het thema ‘vliegen’, een thema dat haar al langer bezighoudt. Zij bracht een gestileerde weergave van haar eigen schilderij Runa Vayu samen met een kinderlied in een handmatig geproduceerde uitgave in een oplage van 25 stuks. Het is een geïllustreerde uitgave die 12 pagina’s bevat met enkele paginagrote, gezeefdrukte illustraties. Sommige kleuren zijn over elkaar heen gedrukt en van de mengkleur die daaruit is ontstaan is mooi gebruik gemaakt.
Er is gespeeld met de breedte van de pagina’s zodat de volgende illustratie alvast (deels) zichtbaar is. Eén pagina heeft een geschulpte rand die een bijzondere combinatie vormt met de schepranden van de overige pagina’s. Voor het omslag is handgeschept papier van Papier­fabriek De Middelste Molen gebruikt.

Vier nagelaten gorgelrijmen

In al zijn eenvoud blinkt dit boekje uit. Het springt meteen al in het oog door de toepassing van Nepalees batikpapier. In het binnenwerk heeft de maker gekozen voor het toepassen van de Cochin als letter, die prima aansluit bij het humoreske karakter van Buddingh’s rijmen. De tekst is prachtig gedrukt en geeft de rijmen body.
Een en ander wordt nog extra luister bijgezet door de eveneens zeer goed gedrukte illustraties, die qua vorm en stijl ook weer in volle harmonie zijn met de rest. Een buitengewoon mooi werk, dat maar weinig woorden behoeft om van harte aan te bevelen.

The Last Pages

Van sommige crowdfunding-projecten kan je niet anders dan blij worden. Toen kunstenares Noëlle Cuppens bij het opruimen in haar atelier op haar laatste vellen Letraset-letters stootte, zag ze er meteen mogelijkheden in om taal om te zetten naar beeld. Ze wilde er een kunstenaarsboek mee maken, maar Letrasetletters worden niet meer gemaakt. Ze besloot om met de laatste 17 vellen die haar nog restten ‘C’est tout’ over te schrijven. Dat is het laatste boek van Marguerite Duras waarin deze haar angst voor de dood beschrijft. Cuppens werkt een systeem uit waarbij ze eerst haar grote en vette letters opgebruikte en daarna de kleinere, lichte vellen. Naarmate de letters op haar vellen op geraken, valt er steeds meer leegte in de tekst. Op het einde blijven er slechts een paar letters op een witte pagina.
Het crowdfunding-project werd een succes en Art Collart maakte van dit 96 pagina’s tellende manuscript een kloek boekwerk. Hij zette met veel zorg de meertalige inleiding en het nawoord in de speelse, opvallende Odile-letter. De band, op heel zwaar grijs­karton, werd in het Charles Nypels Lab gezeefdrukt. Omdat in Duras’ boek geen K of W voorkomt, is elk boek ‘gesigneerd’ met één Letraset wrijfletter.

Shakespeare and Civilité; correspondence between Anthony Baker & Sem Hartz

Sem Hartz (1912–1995) werkte bijna zijn hele leven voor Joh. Enschedé, was letterontwerper en had zijn eigen pers, de Tuinwijkpers. Anthony Baker, eigenaar van de Engelse Gruffyground Press, en Sem Hartz voerden in de jaren zeventig een uitgebreide, en eigenlijk vanaf het begin moeizame, correspondentie over de uitgave van The Phoenix and the Turtle, een sonnet van William Shakespeare. Hartz was door Baker gevraagd die uitgave bij Joh. Enschedé te verzorgen en te zetten in de Civilité, maar het project werd — onder andere door vertragingen en misverstanden — geen onverdeeld succes.
De Civilité is een zestiende eeuwse letter die lijkt op een schrijfletter met een sterk horizontale oriëntatie en een zwierige uitstraling. In dit brievenboek van Bonnefant Press en Enkidupers is ook (spaarzaam) de Civilité gebruikt, in combinatie met de Bembo. De uitgave is tot in de puntjes verzorgd, het zetwerk is perfect uitgevoerd. Een van de juryleden roemde met name de wijze waarop de noten zijn gezet, ‘onberispelijk’.

Achtklank

‘Hardop lezen toegestaan’, zegt Dick Wessels, die zijn eigen boekenkast doorzocht naar uitgaven van schrijvers van klankdichten die hem blijven inspireren. Het ritme van de acht klankdichten wordt weerspiegeld in het gebruik van de loden Kaba van Bram de Does op de tegenoverliggende pagina, gedrukt in vrolijk geel en warm rood. Zo gedrukt lijken de ornamenten van de Kaba op strandvlaggetjes, die hier en daar tegen elkaar aangezet, exacte vierkantjes vormen, een proeve van een meesterlijke beheersing van de druktechniek. Over de Kaba-elementen heeft Dick Wessels met een schreefloze houten letter de initialen van de dichters gedrukt. De klankdichten werden gezet uit de vette Gill in een prachtig diepgrijs. De dubbele titelpagina is een lust voor het oog, evenwichtig en speels tegelijk. Op het omslag zijn slechts een cijfer 8 en de letter K gedrukt en de Kaba-ornamenten heeft hij ritmisch verdeeld in blinddruk op zijdezacht papier waar de oranje kleur van de band doorheen schijnt. Van deze publicatie wordt de jury heel blij.