Vier prozajuweeltjes

Prachtige uitgave van vier korte Kafka-teksten in de vertaling van Nini Brunt. Hester Verkruissen gaf het geheel subtiel vorm: gezet uit de Bembo (modern klassiek!) en gedrukt op Zerkall Bütten, met een superieure titelpagina, waarvan de tinten als vlechtlijnen doorlopen tot in het colofon. Niet te verbeteren, nagenoeg volmaakt.

Mary is a cow

‘Mary is a cow, Jenny is a cow, Betty is a cow, Lulu is a cow.
And I am Tom the cowherd, I look after the cows.’
De eenvoud van de tekst komt helemaal tot zijn recht in deze zowel eenvoudig als prachtig vormgegeven vier-kleuren plano. Vorm en druk sluiten fraai op elkaar aan: op de rug van de koeien vormen de drukstrepen de vlekken van de koe. Hoewel het centreren van de tekst en illustraties uitgangspunt is, zijn de eerste vier regels verticaal dwars boven de illustratie gezet, hetgeen bij het lezen van de tekst voor de gewenste dynamiek zorgt. De oranje koe springt eruit, maar als je iets langer kijkt valt ook de heldere groene koe je op. Tom ‘the cowherd’, daar gaat dit liedje van Ivor Cutler over. Een mooi detail is dat de hoed van Tom gevormd wordt door de rug van zijn koeien. Maar ja, het zijn ook zijn beesten waar hij voor moet zorgen en uiteindelijk gaat hij daar ook op lijken.

Bedrukt papier 2

Dit tweede deel uit een reeks Bedrukt papier maakt nieuwsgierig naar de andere delen. De jury was unaniem in haar oordeel: uitzonderlijk. Voor deze productie werd bijna alleen gebruik gemaakt van koperen lijnen, van haarlijnen tot volvette lijnen gedrukt in heel veel verschillende kleuren. Buitengewoon knap om met deze middelen tot zoveel variatie te komen Elke pagina is verrassend origineel en spannend. Het zijn 41 grafiek bladen op Japanse wijze gebonden, die allemaal zo mooi zijn dat ze per stuk ingelijst zouden kunnen worden. Het oblong formaat komt bij deze uitgave goed tot zijn recht.

Tweesprong

Twee lange gedichten van Arie van den Berg, gezet uit de Bembo en gedrukt op Cannabis-papier: ‘Ballade’ voor de bruiloft van vrienden, en ‘Taal’ ter gelegenheid van een presentatie van de taalfilosofe en beeldend kunstenaar Tine Wilde. De tekst is streng tegen de binnenmarge gehouden, terwijl de fraaie, zacht ingekleurde illustraties van Dick Berendes-typografiek de vrije ruimte van een hele pagina krijgen. Een voorbeeldige uitgave.

Gevallen engel

Zwart, magenta en rood zijn de kleuren van deze eerste uitgave van een jammer genoeg nooit uitgevoerde monoloog van Gerrit Komrij. Zwart voor de tekst, magenta voor de grote en rood voor de kleine tekeningen van Bruno Vekemans. De steunkleuren worden nog eens extra aangezet in de felrode vloeiblaadjes die de illustraties niet verdoezelen, maar juist versterken. Die tekeningen zijn een waardige aanvulling op de tekst, herhalen zich ook ín de tekst in verkleinde vorm, als een initiaal (waaraan ook de rode kleur herinnert). De klassieke vormgeving wordt hiermee eerder aangescherpt dan gerelativeerd. Bladspiegel, letterkeuze en zetwerk, het is alles zeer goed overdacht. Storend zijn wel de band en het foedraal. De band is niet mooi strak, maar waaiert onnodig uit. De keuze van eenvoudig karton voor het foedraal is eigenlijk onbegrijpelijk en doet geen recht aan de verder verzorgde productie. De erop afgedrukte engel is hier niet op zijn / haar plaats.

Blozen

Maarten Biesheuvel schreef deze tekst ter gelegenheid van het koperen huwelijk van een van de hoofdpersonen uit dit korte verhaal. Ter gelegenheid van de in gebruik name van een Glockner Mercedes cilinderpers uit 1956 bij M&vO! werden er 400 exemplaren van gedrukt. Het zetwerk van Jan Keijser is mooi op de pagina gezet en zeer gelijkmatig gedrukt. De illustraties van Silvia Zwaaneveldt sluiten goed op de tekst aan en vormen een mooi geheel met het verhaal. Het gebruik van rode inkt voor de titel en auteursnaam geven aan dit uitgaafje een feestelijke uitstraling.

Ik heb hier meneer Elsschot in de winkel

Perfect in zijn eenvoud is Ik heb hier meneer Elsschot in de winkel van Dick Wessels, een gezamelijke uitgave van Demian en Het Gonst. Zestien pagina’s telt het binnenwerk van deze uitgave, beeldschoon gedrukt in de Gill. Deze worden bijeengehouden door een cahiersteek met een felrood omslag en daaromheen zit nog een transparant geel omslagje. Het boekje is uit het midden gevouwen, waardoor het achterste gedeelte een centimeter groter is dan het voorste. Het geheel wordt bijeengehouden door een buikbandje met op de voorkant een typografisch handje en op de achterkant een uitspraak van Elsschot over de Snoecks: ‘dat ding wordt tegenwoordig schoon uitgegeven’. Prachtig vond de jury de dubbele titelpagina met het gekantelde ‘ik’ en de knalrode komma.

Mooi Machinaal

Pastei is blij en wij met Pastei. Alex Barbaix had zijn drukkerij gevestigd op de Recht Boomssloot te Amsterdam, maar moest zijn werkplaats opgeven ten bate van de huiseigenaar. Gelukkig heeft hij weer een eigen stek gevonden op het Veem, want in de drukkerij van de Rietveld Academie, waar hij twee dagen per week werkt, lieten de studenten hem niet met rust als hij zijn eigen ding aan het doen was. Mooi Machinaal heet zijn inzending, let op de typisch Barbaixe woordspeling. Met een knipoog naar het marginaal drukwerk, drukte hij op zijn Heidelberg degelautomaat veelkleurige plano’s met typografisch materiaal in een oplage van 49 exemplaren. Gelukkig zitten de vellen los in een map, dan kun je ze tenminste in een wissellijst boven de bank hangen. Kunst is het, rücksichtlos machinaal!

De wereld is er

Elisabeth Tonnard (geb. 1973) is schrijver, vertaler en sedert 2006 actief als beeldend kunstenaar in de Visual Studies Workshop in Rochester, NY. De wereld is er bestaat uit vier gedichten, vol subtiele verwijzingen naar eigen werk en naar het wereldwijde literaire en beeldende universum. De dubbele vermelding van titel en auteursnaam op het omslag reflecteert haar gelijktijdig verschenen ‘kunstenaarsboek’ Two of us: encounters (2007). ‘De zee is groen’ luidt de eerste regel, die meteen alludeert op het helgroene schutblad aan het begin van het boek en de lichtgroene signatuur van de auteur als afsluiting van het colofon. Deze doordacht gestructureerde bundel is uiterst zorgvuldig afgewerkt en trekt de lezer de tekst binnen.
De vier gedichten werden vormgegeven door Johan Velter, gezet uit de Albertina en op Bioset 90 grs. gedrukt bij Jozias Boone in Gent. De 127 exemplaren zijn niet genummerd maar ‘gewoord’: 99 met elk een ander woord uit ‘Ergens waar zij ook is’ (dat 99 woorden telt!); 28 met een woord uit ‘De waterslak’.

De macht en onmacht van het getal

Het onderwerp van dit boek van 80 pagina’s komt zowel in de tekst als in de illustraties steeds weer terug. Het zetwerk moet enorm veel rekenwerk gekost hebben. Het gehele boek, inclusief alle illustraties en tabellen, is gezet en opgebouwd uit koper en lood. Het drukwerk is onberispelijk en het geheel is in linnen gebonden met daarom heen een omslag in 2 kleuren. Het is bijna niet voor te stellen dat dit boek met de hand gemaakt is in een oplage van 100 exemplaren. Wat een vakmanschap!