Birnam Wood

Birnam Wood van Shakespeare vertelt acte 4 van Shakespeare’s Macbeth. Deze uitgave is gezet door de broers Job en Roel Zinkstok, die tijdens het schrijven van hun proefschriften (respectievelijk over filosofie en natuurkunde) geïnteresseerd raakten in typografie. Ze richtten Zink Typografie op, een bureau dat de opmaak van proefschriften verzorgt met het opmaakprogramma LaTeX. Om het vak in de vingers te krijgen zijn ze ook met lood aan de slag gegaan en hebben ze in de werkplaats van Thomas Gravemaker deze prachtige uitgave gemaakt. De tekst is perfect gezet in de kleuren zwart en rood in de Stempel Garamond en de Futura. Op het rode omslag is een etiket geplakt met de titel en de auteur in de Futura.

Brieven aan T.M.F. Steen

Dit fraai verzorgde boekje nodigt bij het bekijken van het stofomslag al direct uit tot lezen. Het gedrukte etiket, de drie roosjes en de naam van de uitgever op de voorkant, op de achterkant het stripje van Schulz, twee columns van Tom Steen en Jan Hanlo in het Parool uit 1967 en een fragment uit een (ongepubliceerde) handgeschreven brief van Hanlo aan Steen. Op de flappen een foto van beide heren met een lijst publicaties. Zwart en lila, dundruk, cahiersteek met lila garen, de elegante Palatino. Alles in harmonie.

Twee vergeten meer dan een

Bijzondere ode aan Cees van Hoore, deze selectie van twaalf gedichten en drie korte verhalen van zijn hand. Het val niet zwaar om zijn sfeertekeningen tot je te nemen en voor je te zien hoe de ene jongen tot bovenin de boom klimt, terwijl de andere halverwege afhaakt omdat hij hoogtevrees heeft (net als zijn vader die al duizelig werd als hij op een krant ging staan). Hoe ze op de muur langs het Jodenkerkhof klimmen om naar de graven te kijken, de voeten in de fontein om af te koelen. Of de overpeinzingen van de schrijver over zijn huidige ziekte. De illustraties van Miriam de Koning zijn een prachtige aanvulling op de teksten. In de vormgeving van Patricia Nauta is ervoor gekozen de verhalen op een kleiner formaat te drukken, met bijbehorende tekening, en de gedichten op vol formaat. Mooi in balans, met de wikkel als een subtiel extraatje.

leeftijd

Ik ben niet zo van het 216 grams binnenwerk, maar in dit geval gedraag ik me als Rupsje Nooitgenoeg. Wat een feest om met het simpele concept van variatie in paginahoogte en verspringing door dit boekje heen te gaan. Kleurtonen in combinatie met fotografie die ertoe doet en je in de stemming van het onderwerp brengen en teksten die eindigen met ‘niemand zou ze lezen, ik zou gelukkig zijn’. Dat doen we derhalve maar al te graag. In de tuin hardop voor de buren dan maar. Het plezier en concept spatten er vanaf. Dat de HP Indigo samen aan tafel zit met de Hauer Record proefpers is het vermelden waard. Het uitgangspunt — gedichten die bij de overdracht van deze proefpers nog op de pers lagen — was een grote uitdaging.

Molly’s Arm

In Ulysses van James Joyce gaat het vaak over de vrouw van de hoofdpersoon, Molly Bloom. Ze krijgt pas een stem in het allerlaatste hoofdstuk. In de honderden pagina’s daarvoor treedt ze slechts eenmaal op, in één zin in hoofdstuk 10: ‘A plump bare generous arm shone, was seen, held forth from a white petticoatbodice and taut shiftstraps.’ Noor van der Brugge, van The Yeats Sisters Press, maakte een heel boekje met enkel die ene zin. Ze verzorgde ook de illustraties. We zien een open raam (letterlijk, met een uitsnede) en een blote arm die uit dat raam steekt, boven de hoofden. Een muntje wordt geworpen. Op de laatste pagina’s de voetstappen van een man met één been. De gebruikte papieren zijn van een ontroerende schoonheid. Het binnenwerk is een bruinig Japans papier (90 grams Kitakata Select), de omslag is ecru en daaromheen zit een zalmkleurig handgeschept Nepalees papier dat erg zacht aanvoelt.

‘Fondslijst’ kunstenaarsboeken & zines 2019-20

De ‘Fondslijst’ van kunstenaar Ton Martens toont eerst op negen uitklappers een aantal recente uitgaven van het voorbije jaar. Het boekje heeft een Japanse binding en voor de uitklappers zijn de vellen losgesneden. Dan volgen zes pagina’s met foto’s van uitgaves uit een verder verleden, gevolgd door tabellen met de lijst van alle uitgaves sinds 1980. Er zaten redelijk wat publicaties in risoprint bij de inzendingen dit jaar, maar deze sprong er uit. Dat komt in de eerste plaats door het kleurgebruik: Martens gebruikt papieren in heel verschillende kleuren en drukt daarop met rood, blauw en enkele fluokleuren. De typografie is groot en in-your-face, maar nergens vet. Alle tekst staat in de Monaco romein en er worden maar een paar corpsen afgewisseld. De soberheid van de typografie brengt rust.

Morgen ben ik weer open

De ondertitel luidt: Gedichten voor kinderen en het kind in ieder van ons. ‘Mooie gedichtjes’ schrijft een jurylid op de juryfiche. Het is waar: de gedichten zijn erg mooi en de dichteres Ank Mooren maakte er ook zelf de illustraties bij. De Triona Pers drukte de bundel op een warm-gelig papier (Keaykolour zonnegloed). Er zitten gele spikkels in. De druk zelf is volledig zwart-wit met enkel op het omslag en de titelpagina enkele woorden in het rood. Als letter is gekozen voor de Pascal, een schreefloze romein ontworpen door José Mendoza y Almeida. Lettergieterij Amsterdam bracht deze levendige incise in 1961 op de markt. Hij lijkt op de Optima maar is wat steviger. Hij past daardoor qua zwartheid goed bij de illustraties. De letter steelt volgens ons de show.

Spokerij op het Waterlooplein

Zes kinderen uit de Amsterdamse Nieuwmarktbuurt maakten een boek met een spannend verhaal over het Waterlooplein en illustreerden dat in het project Maak je eigen boek. Hierbij maakten ze kennis met allerlei aspecten van boekproductie. Ze ontwierpen en drukten zelf de fantasierijke illustraties met technieken zoals monoprint, etsen, sjabloon- en lijmdruk. We zien een tovenaar, een stelende hond, een pan met boerenkool en rookworsten, en meisjes met zelfgemaakte hoedjes. Ook de beginkapitalen zijn door de kinderen in fleurige kleuren gedrukt. Het laatste deel van het verhaal werd geschreven door leerling Zohar en in handschrift toegevoegd. Elk kind bond zijn of haar eigen boekje in.

De oorsprong van de wereld

Opmerkelijk om copyright op te eisen terwijl de afbeeldingen voor het boek ‘ongegeneerd van internet zijn gedownload’, zoals bij de bronvermelding te lezen valt. Daar staan we toch even van te kijken. Niettemin zijn de opmaak en bewerking van de beelden uitermate fraai gedaan, evenals het printen zelf. Het gebruik van rood en zwart voor de tekst bij de beelden is zowel tijdloos als streng. Het formaat van het boekje is liggend — hoe kon het ook anders. De bijpassende schutbladen van Anke Knapper hebben bij het inlijmen iets geleden onder het hoogteverschil van het bekledingsmateriaal; dat had eleganter gekund. Het binnenwerk (Canson) is dwars van looprichting en veroorzaakt spanning in de rug van het boekblok, waardoor het onwillig is om weer terug in de vorm te bewegen. De bindwijze zelf is goed gekozen. Als geheel een aantrekkelijk boekje.

Der Bohnenkönig und die Windsbraut

Els ter Horst maakte collages bij een fantasieverhaal geschreven door de Duitse schrijver en acteur Thomas J. Hauck. In het verhaal gaat de Bohnenkönig op avontuur, achter het Lied vom Gummigummizwerg auf dem Gummigummiberg en de ongrijpbare Windsbraut aan, die wordt vergeleken met een dansende derwisj. De collages zijn gemaakt van gekleurd papier dat is geknipt en gescheurd. Daarbij is met potlood getekend. De afbeeldingen lijken op het eerste gezicht figuratief, maar bij nadere bestudering blijken de vormen vrij abstract. Toch passen ze ze goed bij het verhaal en doen ze een beroep op de verbeelding van de lezer. Het boek is digitaal geprint, maar voelt door de collages en de Japanse binding toch fijn handgemaakt.