De slapende goden/Sueños y otras mentiras

De Ergo Pers staat bekend als het onbetwiste bolwerk in de Lage Landen van de grote traditie van de luxueuze, Franse bibliofilie, met haar indrukwekkende reeks van uitgaven van oorspronkelijke grafiek vergezeld van niet eerder uitgegeven literaire teksten. Het gebruik van exclusieve papiersoorten, bijzondere banden en cassettes, royale formaten, en de toepassing van diverse druktechnieken bij dezelfde productie zijn de Ergo Pers toevertrouwd.
De slapende goden/Sueños y otras mentiras is niet alleen een fraai voorbeeld van hedendaagse boekkunst, het is tegelijk verrassend vernieuwend van concept en ontwerp. De keuze van de heldere, koele maar tegelijk elegante Frutiger als tekstletter, en het sobere maar toch monumentale typografische ontwerp voor de tekstpagina’s, verlenen de trefzekere tekeningen en hun kleuren alle ruimte.
Het geraffineerde, zowel in boekdruk als met de etspers uitgevoerde, beslist gedurfde omslag geeft deze kunstuitgave een stralende presentatie waarmee de boekkunst-traditie als het ware nieuw leven wordt ingeblazen.

Het geheim van het huis De Pinto

Jeugdboek over het De Pinto-huis, Amsterdams beroemdste pand dat niet aan een gracht ligt, genoemd naar de zeventiende-eeuwse Portugees-Joodse bewoners van het huis. Op het nippertje niet gesloopt voor auto en metro in 1975, werd het na restauratie een filiaal van de Openbare Bibliotheek Amsterdam.
Tien kinderen tussen de acht en twaalf jaar schreven het verhaal, illustreerden het en maakten er vooral een levendig ambachtelijk boek van. De oplage van vijftien ‘handgemaakte’ exemplaren werd gedrukt op HV Bond vergé met lino’s, stempels, ets en lijmdruk en door Jeroen Beets gebonden in een linnen band met een omslag in lino en foliedruk. Eerder maakten groepen kinderen in buurtcentrum ‘De Boomsspijker’, begeleid door Barbara Wichers Hoeth, Jeroen Beets en Arthur van Norden, reeds boekjes over ‘Het geheim van’ de Waag (2001), het Scheepvaarthuis (2002), de Zuiderkerk (2003) en het Rembrandthuis (2004). Met ‘De Pinto’ bereiken ze een overtuigend resultaat: een geslaagd boek met een duidelijke maatschappelijke meerwaarde. Bibliofilie als educatieve zingeving…

De verborgen schat van Athias

Het inmiddels legendarisch geworden ‘groeiboek’, dat in 1987 is gestart door de boekhistoricus Bert van Selm en de kenner van grafische technieken Gerard Post van der Molen (die het project na Van Selms dood in zijn eentje voortzet), telt anno 2005 niet minder dan twaalf afleveringen. Het ‘groeiboek’ is een reeks afleveringen met publicaties over Nederlandse boekgeschiedenis, geschreven door toonaangevende onderzoekers, ambachtelijk gedrukt voor een beperkte groep van intekenaren.
De twaalfde aflevering, waarin Adri Offenberg, de expert van de Hebreeuwse boekgeschiedenis, schrijft over het befaamde achttiende-eeuwse ‘Athias-kastje’ met Hebreeuws typografisch materiaal (het wordt thans bewaard in de Amsterdamse Universiteitbibliotheek), is een bijzondere aanwinst van het ‘groeiboek’. Het biedt behalve een instructieve tekst ook de reproductie van een tekening van Jos van der Zee en enkele facsimile’s van een prospectus van de achttiende-eeuwse drukkerij, waar het materiaal van het kastje gebruikt is.
Het ambachtelijke, handgezette en handgedrukte, langjarige ‘groeiboek’-project is om vele redenen prijzenswaardig, zowel om de inhoud als om de typografische uitvoering.

Nieuwe gedichten

Het boekhistorische onderzoek dat Piet Verkruijsse deed naar de boekuitgaven van de zeventiende-eeuwse Amsterdamse drukker Cornelis Fransz leidde tot de toevallige ontdekking in een Zweedse bibliotheek van drie nog niet bekende gedichten van Bredero, die door deze dichter gepubliceerd blijken te zijn in een van Fransz’ publicaties.
Deze bijzondere literair-historische ontdekking heeft destijds tot veel publiciteit aanleiding gegeven, maar pas met de fraaie uitgave van de Lojen Deur Pers zijn Bredero’s aansprekende, virtuoze verzen voor geïnteresseerde lezers toegankelijk geworden.
De drie gedichten zijn, vergezeld van eigentijdse hertalingen, met de hand gezet en in boekdruk afgedrukt. Een kort nabericht van Verkruijsse documenteert de ontdekking.
De keuze voor het oblong-formaat lijkt een subtiele verwijzing naar de gangbare uitvoering van bekende zeventiende-eeuwse liedboeken.
De in halfperkament gebonden luxe-exemplaren hebben een mooie kartonnen band die beplakt is met een opvallend gestructureerd gelig papier, waarop de bladgouden titel-belettering een riant effect geeft.

De beklimming van de Mont Ventoux

Petrarca’s beklimming van de Mont Ventoux wordt wel eens beschouwd als de geboorte van het moderne zelfbewustzijn. In 1906 publiceerde de dichter J.H. Leopold zijn vertaling van de beroemde brief in de Mededelingen der Nederlandsche Alpen-Vereeniging. Voor deze herdruk, met toelichting en aantekeningen door W.P. Gerritsen, koos Dominiek van Gent voor een heldere en overzichtelijke vormgeving.
De tekst, uiteraard uit een echte Renaissanceletter – de Jenson – is strak tegen de binnenmarge gezet, met een ruime zijmarge en ondermarge met daarin blokjes noten.
Eén illustratie: een linoleumsnede van Frans Laurentius, naar een zestiende-eeuws portret van de Italiaanse humanist.
Functioneel en tot in de puntjes verzorgd boekje, dat waarlijk tot lezen verleidt.

Bij uitstek jazz

De kracht van deze uitgave ligt in het bijzonder in de rake typografische typering van twee uiteenlopende jazzmusici. Het gedicht van Remco Campert over Charlie Parker is gedrukt op een achtergrond die bestaat uit een in zacht oker gedrukte tekst in biljetletters van diverse corpsen, hetgeen een wilde, swingende sfeer oproept. De tekst van de achtergrond, onder andere bestaande uit de titel van deze uitgave, loopt door over de drie pagina’s van het gedicht. Het tweede gedicht, dat over Chet Baker, laat nog net de laatste Z (van jazz) van de achtergrondtekst op de voorafgaande pagina’s in de blanco-marge zien, maar heeft verder een rustige typografie, waarbij enkele regels gezet zijn uit een iets grotere cursieve letter. Daardoor krijgen de pagina’s een melancholieke, romantische sfeer. Het is jammer dat de herkomst van de mooie achtergrondtekst nergens in deze uitgave verantwoord wordt.

Keer tot uzelve in

Het spannendste element van dit boekje wordt gevormd door de acht typografisch bewerkte afbeeldingen van (fragmenten van) het door Paula Modersohn-Becker geschilderde portret van Rilke. De portretten, gedrukt in verschillende tinten blauw en grijs, bereiken hier en daar een hoge mate van abstractie, vooral wanneer ze gecombineerd worden met gedigitaliseerde grote houten biljetletters. De opvallende helblauwe kleur van het omslag komt niet alleen terug in de afbeeldingen, maar ook in de (hoofdstuk)titels en het colofon, en verbindt alle elementen van deze uitgave tot een eenheid.

Een vijge-boom

Dit sympathieke boekje maakte onderdeel uit van het drukkersproject ‘Dichter des Vaderlands’ en werd, zoals vaker het geval bij uitgaven van margedrukkers, geheel door één persoon vervaardigd. Het werd ontworpen, gezet, gedrukt, geïllustreerd en gebonden door Marja Scholtens.
Vooral de in vier kleuren van hout gedrukte illustratie van de vijgenboom binnenin het boekje is inventief: aan de bovenzijde van de in vier delen uitslaande tekstpagina strekt zich een tak uit met vijgenbladeren en vijgen. Gevouwen is het te lezen als een boek, en uitgevouwen oogt het als een soort rijmprent. Ook omslag en titel zijn versierd met de bladeren en vijgen.
De keuze om de tekst geheel in rood te drukken pakt prachtig uit in combinatie met het uitbundige groen van de bladeren en de bruine en blauwe accenten van tak en vijgen.

Arty animals

In een kleurig cahier op groot formaat heeft de tekenaar Walter Siemens enkele van zijn ironische hommages aan sommige grootmeesters van de moderne schilderkunst bijeengebracht – van Roy Lichtenstein tot Pablo Picasso en Francis Bacon. De namen van deze kunstenaars zijn echter door de getekende dieren iets anders gespeld, en Siemens’ ongecompliceerde dieren begroeten ‘hun’ kunstenaars met een uiterlijke verschijning, die een bijzondere affiniteit laat zien met het artistieke merkteken van hun idolen.
De informele presentatie van het tekencahier (gebonden met een dubbele cahiersteek!) past uitstekend bij de feestelijke tekeningen. Het geheel is prachtig in zeefdruk uitgevoerd op een maar liefst 220 grams zwaar offsetpapier.
Siemens’ uitgave is een aantrekkelijk, niet-pretentieus voorbeeld van het eigentijdse kunstenaarsboek, uitgebracht als multiple.

Maan

De verbeelding van stenen die van de aarde naar de maan gegooid worden vormt de kern van deze koppermaandag-uitgave. Op voor- en achterzijde van het blad (respectievelijk titelpagina en colofon) lijken het nog losse typografische elementen, maar op de binnenzijde van het blad zijn de betekenis van de grijsgroene kwart bol (aarde), de gele halve bol (maan) en de in een boog gezette stippen die beide elementen verbinden duidelijk, zeker in combinatie met de licht absurdistische overpeinzingen over de maan, geschreven door de Russische avant-gardist Charms. Een uitgave waar het plezier van afstraalt.

Mooi Marginaal